De kracht van eigenrijders
Met 57 jaar ervaring in het transport — van de binnenvaart waar ik het tot kapitein bracht, tot het opbouwen van een transportbedrijf van zes tot 65 voertuigen — heb ik elke operationele rol zelf vervuld. In 1998 richtte ik VERN op om kleine transportbedrijven te vertegenwoordigen: eigenrijders die zelf operationeel betrokken blijven. Vandaag vertegenwoordigt VERN een substantieel deel van de 10.300 kleine transportbedrijven in Nederland.
Een ongekend kruispunt
De sector staat op een kritiek kruispunt. Huidig beleid, gedreven door goedbedoelde maar onrealistische ambities, dreigt duizenden gezonde familiebedrijven te vernietigen en de logistieke dominantie van Nederland te ondermijnen.
De elektrische illusie
Meer dan 80% van de MKB-transportleden van VERN kan onder huidige omstandigheden niet overstappen op elektrische vrachtwagens — niet door gebrek aan wil, maar door onoverkomelijke barrières. Elektrische vrachtwagens kosten drie keer zoveel als dieselversies. Banken en leasemaatschappijen weigeren financiering zonder levensvatbare businessmodellen.
Een voorbeeld: een transporteur die twintig elektrische vrachtwagens moest accepteren van zijn Duitse moederbedrijf, leed maandelijks circa €100.000 verlies door het beperkte dagbereik van 500 kilometer.
Van 2.500 subsidieaanvragen werden er slechts 1.556 goedgekeurd, voornamelijk voor de grootste bedrijven. De €156 miljoen die is verdeeld bereikt slechts 2% van de sector, terwijl 98% wordt buitengesloten.
Oneerlijke concurrentie
Sinds de EU-uitbreiding in 2006 is het Nederlandse marktaandeel in Europees transport gedaald van 27% naar minder dan 3%, terwijl Polen groeide naar 56%. Een Oost-Europese transporteur biedt transport aan tegen prijs X; een Nederlands bedrijf met elektrische vloot moet circa 35% meer rekenen.
Een gevaarlijke paradox ontstaat: terwijl Nederland een onbetaalbare transitie afdwingt, bestellen grote Oost-Europese transporteurs duizenden nieuwe dieselvoertuigen. Het beleid bereikt het tegenovergestelde: het vernietigt een vitale binnenlandse sector en exporteert onze emissies naar het buitenland.
De VERN-visie: duurzaam realisme
Het Schone Brandstof Contract
De kern van de oplossing is het onmiddellijk omarmen van alternatieve brandstoffen zoals HVO100 en bio-LNG via een "Schone Brandstof Contract" dat aantoonbaar schoon brandstofgebruik beloont met stadstoegang en verlaagde heffingen. Dit stelt 10.300 kleine bedrijven in staat hun bestaande kapitaalintensieve vrachtwagens en tankinfrastructuur te behouden.
Efficiëntie als tweede motor
De tweede pijler bestrijdt verspilling frontaal. Schokkend veel vrachtwagens rijden bijna leeg over Nederlandse wegen. VERN werkt samen met softwarebedrijven, Universiteit Twente en Breda University om systemen te ontwikkelen die ervoor zorgen dat vrachtwagens vol heen en vol terug rijden.
Oproep aan partners
Aan de overheid: stop de ideologische fixatie op één technologie. Creëer technologieneutrale wetgeving die CO2-reductie beloont, ongeacht de methode. Geef alternatieve schone brandstoffen zoals HVO100 onmiddellijk de verdiende juridische basis.
Aan opdrachtgevers: kijk verder dan de laagste prijs op korte termijn. De ondergang van het Nederlandse transport-MKB creëert onvermijdelijk minder betrouwbare, minder flexibele en uiteindelijk duurdere logistieke ketens.
Conclusie: hoop
De hele visie rust uiteindelijk op één essentieel woord. Bedrijven die willen overleven, willen één ding: hoop. Hoop is de concrete zekerheid dat levenslang hard werk niet voor niets was. Dat gezonde bedrijven worden overgedragen aan volgende generaties.
De VERN-visie schetst een begaanbare weg naar een toekomst die zowel duurzaam als economisch levensvatbaar is. Een toekomst waarin de Nederlandse eigenrijder de motor van onze economie blijft.
Het valt uit elkaar als het transport stopt.
